

Uniformiteit bij het gebruik van genetische symbolen is wereldwijd nog ver te zoeken. Of we
dit ooit zullen bereiken blijft voorlopig een open vraag. Toen Veerkamp het factorenbezit van de gepigmenteerde kanarie beschreef, kon hij niet
bevroeden dat het wetenschappelijk onderzoek naar pigment vorming in het algemeen een
enorme vlucht zou nemen. Vele honderden wetenschappelijke publicaties over
pigmentvorming zouden in en na de zestiger jaren beschikbaar komen. De zwartfactor De agaat Autosomaal albinisme De opaal factor Dominant en recessief wit Pastel en grijsvleugel Groene man (oude schrijfwijze): E+ (x)z+ rz+ rb+ B+ G+ Dit wordt volgens de nieuw voorgestelde schrijfwijze:
Bl + / Bl +; Yw +/ Yw +; a + / a +; Z b + / Z b +
Wat direct opvalt is dat een aantal factoren uit de formule zijn weggelaten. Als we de
groene kanarie als wildvorm beschouwen, zijn slechts vier gen loci voldoende om aan dit
criterium te voldoen n.l. het Bl locus voor de productie van phaeomelanine, het a locus dat
primair betrokken is bij de productie van eumelanine maar ook een rol speelt bij de productie
van phaeomelanine, het Yw locus voor de productie van gele vetstof en het geslachtsgebonden b locus
dat de eumelanine uiteindelijk zijn zwarte kleur geeft. Bruine man (oude schrijfwijze)
E+ (x) z rz+ rb+ B+ G+ Nieuwe schrijfwijze:
Z b / Z b
U ziet dat alle niet relevante factoren weg zijn gelaten. De beide Z symbolen (Z=X) geven aan dat
het hier een man betreft en de beide b symbolen (zonder + teken!) geven aan dat hij
homozygoot is voor bruin. Een bruine man dus. Alle andere factoren zijn weggelaten omdat
zij niet gemuteerd zijn en dus, omdat het hier één vogel betreft, geen rol spelen in de formule.
Agaat man (oude schrijfwijze):
E+ (x) z+ rz+ rb B+ G+ Nieuwe schrijfwijze:
Z ino ag / Z ino ag
Ook hier zijn weer alle niet relevante factoren weggelaten. Direct is te zien dat het hier een
man (Z / Z) betreft en dat hij homozygoot is voor ino ag , agaat dus. Omdat ook hier geen
enkele andere factor in deze formule wordt vermeld, betekend dat dus dat er ook geen enkele
andere factor is gemuteerd. Isabel, ofwel bruin agaat man (oude schrijfwijze):
E+ (x) z rz+ rb B+ G+ Nieuwe schrijfwijze:
Z b_ino ag / Z b_ino ag
In deze formule gebruiken we het onderliggende verbindingsstreepje om aan te geven dat
beide mutaties gekoppeld op het Z-chromosoom liggen. Zijn er meerdere gekoppelde
factoren in het spel, dan plaatsen we die er eenvoudigweg bij b.v. bruin agaat pastel (isabel
pastel) wordt dan Z b_ pa _ ino ag / Z b_ pa _ ino ag voor de man en Z b_ pa _ ino ag / W voor
de pop. Ook Veerkamp heeft indertijd in zijn boek aangegeven dat formules vereenvoudigd kunnen
worden maar ging hierin minder ver dan de huidige voorstellen [13]. Als voorbeeld geeft hij
de paring agaat man x groene pop. Zijn vereenvoudigde formule zag er als volgt uit: voor de man: voor de pop: Hij vermeldt hierbij het volgende, ik citeer:
-- Zodra een der ouderdieren in het bezit is van een gemuteerde factor, dan moet bij de partner
die deze factor niet bezit, het symbool van de overeenkomende ongemuteerde factor worden
opgenomen in de vereenvoudigde formule. Bij de groene pop moeten we dus, als
tegenhanger, de ongemuteerde 1ste reductie factor rb+ gebruiken. -- einde citaat. voor de man: Z ino ag / Z ino ag
en voor de pop: Z ino + / W
De man is homozygoot agaat en voor de rest is geen enkele factor vermeld, dus het betreft
hier een groen agaat man. Bij de pop vermelden we de ongemuteerde ino factor omdat de
agaat daar een allel van is. Het ino+ symbool is dus het wildvorm basis symbool voor zowel
satinet als agaat zoals ook in de tabel te zien is. Als u het nieuwe vereenvoudigde systeem in artikelen wilt gebruiken en u heeft daar nog
problemen mee, is ondergetekende i.s.m. de redaktie gaarne bereid hierbij te helpen of nadere
uitleg te geven. Literatuur:
De in ons land gebruikte symbolen zijn voor wat betreft papegaaiachtigen veelal gebaseerd op
internationale naamgeving en symbool gebruik en de verdere ontwikkeling hiervan is d.m.v.
wereldwijde contacten via Internet recentelijk in een stroomversnelling gekomen.
Voor wat betreft de vinkachtigen ligt de situatie anders. Hoewel veel auteurs van artikelen
over vinkachtigen en in het bijzonder kanaries het gebruik van genetische symbolen niet uit
de weg gaan, is er nog niet echt een intentie geweest om deze symbolen aan te passen aan wat
we tegenwoordig "voortschrijdend inzicht" noemen [14].
De genetische symbolen voor kanaries zijn meer dan 40 jaar geleden bedacht en later
gepubliceerd in het eerste standaard werk voor kanaries geschreven door Veerkamp [13].
Baanbrekend werk op dit gebied is verricht door Beckman die de door hem gebruikte
symbolen baseerde op het in 1962 verschenen boek "Genetics for Budgerigar Breeders"
geschreven door Taylor en Warner. Een groot deel van de door hen op de Engelse taal
gebaseerde symbolen worden heden ten dage voor papegaaiachtigen nog steeds gebruikt [9].
De genetische symbolen voor kanaries die we in ons land veelvuldig gebruiken, zijn echter
niet op de Engelse taal gebaseerd maar op onze eigen taal. Deze zienswijze werd verder
uitgewerkt door Veerkamp in 1967 en is zins dien nooit gewijzigd.
De tijd heeft echter niet stil gestaan en aan het begin van deze nieuwe eeuw dienen wij ons af
te vragen of wij gezien recente ontwikkelingen in de wetenschap m.b.t. deze materie en onder
invloed van discussiegroepen op Internet, deze zaak niet eens drastisch moeten herzien.
Het is zelfs zo dat de pigmentcel de meest bestudeerde cel in de gehele cel biologie is omdat
m.b.v. deze cellen genetica in combinatie met enzymatische processen gelijktijdig bestudeerd
kan worden. Het was in die tijd reeds lang bekend dat voor een normale pigmentvorming,
bepaalde enzymatische processen nodig zijn die uiteindelijk leiden tot wildvorm pigmentatie.
Dit werd toen de z.g. "enzymwerking" genoemd en logischer wijze werd dit aangeduid met
het symbool E, de enzym factor. Een kanarie met de formule E+ / E blijkt echter een bonte
vogel te zijn waaruit blijkt dat men toen dacht dat op het E locus het gen lag dat
verantwoordelijk was voor de vorming van pigment in het algemeen.
Dit is echter een verkeerde interpretatie van de werkelijkheid. Bontvorming heeft niets te
maken met de enzymatische processen die ten grondslag liggen aan de vorming van pigment.
Sterker nog, in een vogel met bontvorming en voor zover aanwezig wildvorm pigmentatie, of
het nu recessief bont of dominant bont betreft, zijn alle enzymen die nodig zijn om pigment te
vormen wel degelijk aanwezig. Bontfactoren en zeker de dominant verervende bontfactoren,
grijpen in in de migratie van melanoblasten, de voorlopers van melanocyten (pigmentcellen)
of zorgen voor een ongeschikt "leefklimaat" in bepaalde delen van de huid waardoor
pigmentcellen plaatselijk niet kunnen overleven met als direct gevolg bontvorming.
Bij vrijwel alle dominant verervende factoren laten de dubbelfactorige mutanten het beste
zien wat het dominante allel veroorzaakt. Dus een E / E vogel laat bij kanaries goed zien wat
er eigenlijk gebeurt; pigmentcellen kunnen hun bestemming niet bereiken of sterven
vroegtijdig af met als gevolg dat de vogel volledig ongepigmenteerd blijft en alleen nog
vetstof laat zien.
Dit komt echter niet doordat het enzym tyrosinase in een dergelijke vogel zou ontbreken
waardoor de pigmentvormings processen niet op gang kunnen komen, maar door het geheel
(bij DF vogels) of gedeeltelijk (bij EF vogels) ontbreken van melanocyten (pigmentcellen) in
de veerfollikels.
Als er in bepaalde huidgebieden de pigmentcellen die nodig zijn om pigment in de veren af te
zetten ontbreken door toedoen van een in dit geval dominante bontfactor, kan er dus ook geen
pigment worden gevormd. Hieruit volgt dan ook dat de letter E van Enzym dus feitelijk
onjuist is omdat bij deze mutant geen enzym defect is opgetreden maar een geheel ander
defect [4,7].
De E factor is dus in feite een dominante bontfactor en dient dan ook als zodanig met het
symbool Pi, afgeleid van het Engelse Pied,
hetgeen bont betekent, te worden aangeduid.
Dat brengt mij op het punt waarbij we er van uit moeten gaan dat alle symbolen conform
wereldwijde afspraken, zowel in wetenschap als hobby, voortaan op de Engelse taal
gebaseerd moeten zijn en tevens in plaats van boven elkaar, naast elkaar geschreven moeten
worden. Dit laatste heeft tevens grote voordelen bij computergebruik waar we in deze eeuw
natuurlijk steeds meer mee geconfronteerd worden.
We nemen een aantal andere factoren ook eens onder de loupe.
Met de zwartfactor wordt bij kanaries ongemuteerd eumelanine aangeduid. Deze factor
vererft bij alle vogelsoorten geslachtsgebonden en de kanarie is daarop dan ook geen
uitzondering. Wat echter wel uitzonderlijk is, is dat bij vinkachtigen deze factor "bruin"
wordt genoemd en bij papegaaiachtigen "cinnamon" uit het Engels.
In oude wetenschappelijke publicaties [1] wordt deze kanarie mutant echter wel degelijk
cinnamon genoemd en zou dus evenals bij de papegaaiachtige soorten met het symbool cin
moeten worden aangeduid. De term "bruin" is echter zo diep geworteld in de kanarie
liefhebberij dat er waarschijnlijk geen meerderheid voor deze verandering te vinden zal zijn
en daarom is het voorstel dan ook om het symbool z te veranderen in b van het Engelse
brown.
Wat er n.l. werkelijk gebeurd is dat het pigment door het ontbreken van het benodigde "b"
proteïne gedurende het oxidatie proces niet meer in staat is om zwart te worden en dus bruin
blijft. Het is dus niet zo dat zwart pigment wordt omgezet naar bruin maar het is eerder dat
het zich ontwikkelende pigment niet meer in staat is om via het bruine stadium uiteindelijk
zwart te worden. Het locus symbool dient dan ook hier weer een aanduiding te zijn van de
naam van het gen of de naam van datgene wat de mutant in het fenotype laat zien en dat is
bruin eumelanine i.p.v. zwart al of niet in combinatie met roodbruin phaeomelanine.
Het symbool rb staat voor "reductie bruin phaeomelanine" zoals we dat aantreffen bij de
agaat. Met dit symbool wordt dus kennelijk de agaat aangeduid, hetgeen eigenlijk in het
geheel niet uit het symbool blijkt zoals met vele andere symbolen ook het geval is.
Het is feitelijk onjuist om het rb symbool apart te gebruiken omdat de agaat een allel is van
de satinet en dus als allelisch symbool van satinet, dus als boven schrift bij het satinet
symbool moet worden geschreven. De satinet is n.l. de geslachtsgebonden ino bij de kanarie
[10, 11] en toont evenals de agaat nauwelijks phaeomelanine.
Toch zijn deze beide allelen niet verantwoordelijk voor de productie van phaeomelanine, dit
wordt n.l. door een autosomaal gen geregeld. Het vrijwel verdwijnen van zichtbaar
phaeomelanine bij de agaat en satinet is slechts het indirecte gevolg van deze beide mutaties
en moet gezien worden als een bijverschijnsel.
Beide mutaties zijn dus in principe geen mutaties die de productie van phaeomelanine
onmogelijk maken en daarom moet het symbool pb dan ook vervangen worden door het
algemeen aanvaardde en internationaal in gebruik zijnde ino symbool voor de satinet met als
toevoeging het allelische symbool ag dat als boven schrift aan het ino symbool moet worden
toegevoegd om zodoende het agaat allel aan te duiden en de relatie tussen beiden aan te
geven.
Dit brengt ons logischerwijs bij de autosomaal recessieve ino genaamd "phaeo".
Het symbool voor deze mutant was eb hetgeen staat voor "eumelanine beletter". Het woord
beletter zien we in de oude benamingen steeds terugkomen en letterlijk betekend beletten
"verhinderen dat iets gebeurt", in dit geval dus de aanmaak van eumelanine.
In feite worden er bij alle mutaties die met "beletter" werden aangeduid in principe wel
processen "belet" waardoor er een bepaald onvermogen om een proces uit te voeren of af te
maken ontstond. Hebben we het echter over een "beletter" in de letterlijke zin van het woord
dan wekt dit de indruk dat door de mutatie een nieuwe stof of enzym wordt geproduceerd die
het normale proces zou verhinderen en dat is niet altijd het geval.
Wat er wel gebeurt, b.v. bij de phaeo, is dat er door het gemuteerde gen een alternatieve vorm
van het oorspronkelijke wildvorm enzym wordt geproduceerd, een z.g. iso-enzym dat niet of
nauwelijks werkzaam is en in dit geval resulteert in albinisme [10, 11].
Het symbool eb kunnen we dus beter veranderen in de naam van de soort mutatie en dat is het
symbool a afgeleid van het Engelse autosomal albinism. Hieraan kan dan weer als boven
schrift het symbool tz (topaz in het Engels) worden toegevoegd voor het topaas allel. Dat
beiden als basis symbool de letter a hebben geeft weer aan dat het allelen zijn van het a locus
en dat het dus verschillende mutatie vormen zijn van hetzelfde gen volgens hetzelfde principe
als de agaat en satinet.
Voor de opaal factor is indertijd het symbool so gekozen, hetgeen "structuur opaal" betekent.
Onderzoek heeft uitgewezen dat de opaal factor een morfologisch verandering van de
melanocyten teweegbrengt, d.w.z. dat opaal melanocyten geen dendrieten hebben waarmee ze
het pigment in de bevedering afzetten. In sommige gevallen worden zelfs gehele melanocyten
in de veerschachten opgenomen vanwege dit defect. Het is dus primair een structurele
verandering van de melanocyten zelf en niet zo zeer van de bevedering [3,6].
Omdat er bij de opaal een abnormale pigment afzetting aan de onderkant, dus aan de ental
zijde van de veren plaatsvindt, ontstaat een blauwgrijs opaalachtig effect en de naam opaal is
dan ook goed gekozen. Het basis symbool zou dan ook eenvoudigweg veranderd kunnen
worden in op naar het Engelse opal met het allelische symbool ox als boven schrift voor het
onyx allel omdat ook het op locus een tweede mutatie heeft opgeleverd die tezamen met opaal
een multiple allele serie vormt, zo is uit proefparingen gebleken.
Beide mutaties verhinderen de productie van carotenoïde op verschillende wijze en toch
kregen zij hetzelfde symbool n.l. Cb (carotenoïde beletter). Het enige verschil is dat dit
symbool voor dominant wit met een hoofdletter geschreven wordt en voor recessief wit met
kleine letters.
Het voorstel is nu om ook deze symbolen logischer te maken n.l. de hoofdletter W van White
voor dominant wit en om geen verwarring te krijgen wt (eveneens van white) voor recessief
wit.
De geslachtsgebonden pastel factor kreeg als symbool rz (reductie zwart) en de grijsvleugel
rrz (reductie van reductie zwart).
Als we deze symbolen wederom baseren op de Engelse benamingen krijgen we dus pa voor
pastel, dat overigens in het Engels hetzelfde woord is, met als allelisch symbool gw voor de
grijsvleugel afgeleid van het woord greywing. Vooralsnog gaan we er vanuit dat deze twee
factoren multiple allelen van het geslachtsgebonden pa locus zijn. Hier wordt overigens nog
onderzoek naar gedaan.
Als we deze logische benadering verder doorvoeren, wordt de ivoor factor van sc veranderd
in iv van ivory, de eumo van rm wordt dan eu van eumelanin, mozaïek wordt dan van m
veranderd in dm afgeleid van dimorphic en de blauwfactor wordt dan simpelweg Bl van
Blue. Alleen de rood factor en de intensief factor kunnen vrijwel ongewijzigd blijven zoals te
zien is op de tabel.
Om het nog duidelijker te maken volgen hier enkele voorbeelden.
E+ (x)z+ rz+ rb+ B+ G+
Als deze vier genen in ongemuteerde toestand worden weergegeven kan de rest worden
weggelaten en deze formule als wildvorm formule worden beschouwd. In feite mogen in
formules die slechts betrekking hebben op één vogel, alle homozygote wildvorm allelen tegen
elkaar worden weggestreept omdat zij geen wezenlijke bijdrage leveren aan het genotype
waar de formule betrekking op heeft. Alleen de wildvorm formule is in het nu voorgestelde
systeem hierop een uitzondering. Een tweede voorbeeld:
E+ (x) z rz+ rb+ B+ G+
E+ (x) z+ rz+ rb B+ G+
Deze vogel is dus nergens split voor en dus gewoon een (zwart) agaat. Zo simpel is dat.
E+ (x) z rz+ rb B+ G+
Het zal u ongetwijfeld zijn opgevallen dat ik de isabel als bruin agaat benoemd heb. Wel, als
we de oude formule van Veerkamp goed bekijken is te zien dat de "zwartfactor" z (bruin)
homozygoot aanwezig is en de agaat factor rb eveneens. Dat betekent in concreto dat we dus
te maken hebben met een bruine agaat die evenwel als isabel door het leven gaat.
Reeds in 1985 maakte F. Kop in zijn boek "Het Kweken van Kanaries" [5], bezwaar tegen
deze benaming omdat het gebruik van aparte namen voor mutatie combinaties soms ten
onrechte de indruk wekt dat het om een aparte mutant gaat hetgeen vooral bij beginners tot
grote verwarring kan leiden. Als voorbeeld verwijs ik naar een artikel in ONZE VOGELS uit
1971 met als titel "De Nieuwe Isabel Mutatie"[8] waarbij het echter niet om een nieuwe
mutatie gaat maar om een "nieuwe" mutatie combinatie en dat is iets heel anders.
Ik ben het met Kop eens. De naam isabel is niet direct gerelateerd aan een kleur wat vele
andere benamingen vaak wel zijn en bovendien, waarom zouden we een bruine agaat niet
gewoon een bruine agaat noemen. Daar is op zich toch niets op tegen? We zijn dan ook hard
bezig om deze benaming in ieder geval voor papegaaiachtigen geheel af te schaffen omdat
deze naam vaak, en met name vooral in de Engelstalige landen, volstrekt willekeurig wordt
gebruikt voor mutanten die genetisch gezien niet eens een overeenkomst hebben. Aan deze
chaos moet ook een einde worden gemaakt.
(Z) z+ rb
(Z) z+ rb
(Z) z+ rb+
(W)
Deze manier van doen blijft ook in het nieuw voorgestelde systeem gehandhaafd. Is bij de
man een bepaalde factor gemuteerd en bij de pop niet, dan moet bij de pop toch deze factor
als wildvorm factor (+) worden vermeld om de formules gelijk te maken aan elkaar.
In de door Veerkamp vereenvoudigde formule had echter ook nog de z+ factor weggelaten
mogen worden. Volgens het nieuwe systeem komen deze formules er dan zo uit te zien;
Ook het gebruik van de termen 1e en 2e reductie factor en de in 1971 voorgestelde 3e
reductie factor moet worden verlaten. Dit geldt eveneens voor de 1e en 2e albinofactor.
Nog afgezien van het feit dat dergelijke termen in de wetenschap nooit worden gebruikt,
voegen ze weinig toe aan datgene waar ze mogelijk voor bedoeld zijn n.l. het in categorieën
plaatsen van de verschillende geslachtsgebonden pigment verdunnende mutaties, maar meer
duidelijkheid over deze mutaties geven ze m.i. niet.
Het leren van deze terminologieën zorgt voor onnodige ballast bij de keurmeesters
opleidingen en zou moeten worden afgeschaft. Cursussen moeten erop gericht zijn om de
genetica en de werking van het pigmentvormings proces te leren begrijpen om zodoende de
verschillende mutaties en de logica achter het symboolgebruik beter te kunnen doorgronden.
Als wij bovendien de nu voorgestelde methode consequent doorvoeren ook voor wat betreft
nieuwe mutaties, behoeven wij ons ook niet meer in allerlei taalkundig weinig elegante woord
combinaties te begeven zoals "reductie zwart" (rz) met het daaruit voortgekomen "reductie
van reductie zwart" (rrz) hetgeen in het oude systeem onvermijdelijk was geworden, om
maar een voorbeeld te noemen.
Het systeem zal in ieder geval in publicaties van de MUTAVI Research & Advies Groep, op
Internet en door de 'Werkgroep Ontwikkeling en Innovatie' worden gebruikt.
Om met een bekende slogan te eindigen: leuker kunnen we deze hobby niet maken, wel
makkelijker.
1. Durham F.M., (1927)
Sex-Linkage and other Genetical Phenomena in Canaries
Journ.of Genetics Vol.17 no.1;pag.19-33
2. Kop F.H.M., (1983)
Het Kanarieblauw, een samenspel van factoren
De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 394-402
3. Kop F.H.M., (1983)
Opaalfactor: Geen structuurfactor maar melanocytenfactor
De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 558-564
4. Kop F.H.M., (1983)
Hoe zo...bont?
De Vogelwereld Jaargang 38;pag. 490-494
5. Kop F.H.M., (1985)
Het Kweken van Kanaries
Zuid Boekprod. b.v. (Voliere Vademecum) 168 pag.
6. Kop F.H.M., (1987)
De Opaalfactor
ONZE VOGELS no.4;pag. 170-171
7. Kop F.H.M., (1981)
De Enzym Factor
De Vogelwereld Jaargang 37;pag. 28-31
8. Onbekende auteur, (1971)
De Nieuwe Isabel Mutatie
ONZE VOGELS no.10;pag. 452-453
9. Onsman I., (1993)
Genetische Symbolen en hun Geschiedenis
Mutavi Bulletin no.4;pag. 20-21
10.Onsman I., (1991)
De Topaas Kanarie: Een Verkenning en Analyse
Mutavi Bulletin no.1;pag. 15-19
11.Onsman I., (2000)
Internet http://www.life-research.nl/albino.htm
12.Spijker W.D.H., (1972)
Al die nieuwe Kleurnamen, ze maken er maar wat van
ONZE VOGELS no.2;pag. 76-79
13.Veerkamp H., (1967)
Handleiding voor de Kleurkanarie Kweker
THIEME - ZUTPHEN;pag. 38-210
14.Wal v.d. H.K., (2000)
Persoonlijke communicatie
15.Wal v.d. H.K., (1997)
Kanaries, Handboek voor het Houden en Kweken van Zang-, Kleur- en
Postuurkanaries 256pag.
Home